Het vertrouwen in de Zuid-Europese landen keert niet
terug
De reden dat de Europese monetaire unie Griekenland met noodleningen
tegemoet heeft moeten komen is dat Griekenland zelf geen geld meer kon
lenen. Althans, niet tegen wat sommigen als 'realistische rentetarieven'
beschouwen.
De markt heeft dermate weinig vertrouwen in een
succesvol ingrijpen door de Griekse overheid dat zij haar hoge rentetarieven
aanrekent. Enkel deze rentebetalingen zouden Griekenland steeds dichter bij
de afgrond hebben gebracht. En haar uiteindelijk in de afgrond hebben geduwd
met alle gevolgen van dien.
Grote vraag is nu of de markt binnen afzienbare tijd
weer voldoende vertrouwen krijgt in Griekenland. En dus eigenlijk of de
markt weer bereid is Griekenland tegen een 'redelijk' rentetarief gelden te
lenen. Griekenland zal namelijk ook de komende jaren heel regelmatig geld
moeten lenen, al is het alleen maar om bestaande schulden te herfinancieren.
Eigenlijk gaat het dus nog steeds om de vraag of de
markt er al dan niet vertrouwen in heeft dat Griekenland tijdig haar
begroting op orde kan krijgen. Zo niet - en dat is helemaal niet zo
onwaarschijnlijk - dan zal Europa ook bij het herfinancieren van de Griekse
schulden opnieuw een rol moeten spelen. Nederland incluis.
De uiteindelijke betalingsverplichting voor de
Griekse staatsschuld verschuift zo langzaam maar zeker van Griekenland naar
de andere landen in de Europese Unie. En het lijkt een kwestie van tijd
voordat landen als Spanje Griekenland zullen volgen: recent werd de
kredietwaardigheid van Spanje neerwaarts bijgesteld en de rente die Spanje
op haar schulden moet betalen bereikt de laatste weken telkens nieuwe
hoogtepunten...
CRITERIUM 2
Wanneer criterium 1 plaatsheeft, verschuift de uiteindelijke
betalingsverplichting van Europese landen die door de markt niet meer
serieus genomen worden steeds meer naar de andere eurolanden. Zo bezien
wordt ook Nederland meer en meer een financier en borgsteller van schulden
van allerlei Zuid-Europese landen, die zich al dan niet middels bedrog bij
de euro hebben weten te voegen.
Uiteindelijk komen in dit doemscenario de
Noord-Europese landen vrijwel volledig borg te staan voor de schulden van de
Zuid-Europese landen. En kunnen zij daarnaast jaarlijks ook nog eens vele
miljarden 'extra subsidies' richting Zuid-Europa overboeken vanwege de
verschillen in productiviteit tussen Noord- en Zuid-Europa. Op deze wijze
worden de financieel relatief gezonde landen als Nederland langzaam maar
zeker mee het ravijn ingetrokken.
Heel waarschijnlijk is bovenstaande situatie echter
niet. Waarschijnlijker is dat bepaalde landen, waaronder Nederland, vroeg of
laat zullen inzien dat een monetaire unie zonder politieke unie eigenlijk
onhoudbaar is. En zij uiteindelijk misschien zelfs - al dan niet met een
aantal andere landen tezamen - zullen besluiten uit de euro te stappen. Of,
en dat kan natuurlijk ook, landen als Griekenland, Spanje, en Portugal
krijgen hun zaken toch nog tijdig weer op de rails.
Wat nu te doen als belegger?
Gevoelsmatig lijkt het misschien het slimste om per direct alle aandelen
maar te verkopen. Wellicht is dat een misvatting...
In eerdere tijden vreesden beleggers onder andere een
inval van de Russen, wereldwijde virussen of het uitbreken van een
atoomoorlog. En daadwerkelijk kregen zij de afgelopen 100 jaar te maken met
een zware depressie, een tiental recessies, epidemieën, terroristische
aanslagen en twee wereldoorlogen. Desondanks genereerden aandelen veruit het
beste rendement van alle denkbare beleggingscategorieën.
Ondanks onze eigen zorgen omtrent de euro houden we
zelf dan ook gewoon vast aan de strategie van het value-beleggen. Van een
goed gespreide aandelenportefeuille bestaande uit laag gewaardeerde
kwaliteitsaandelen mag op wat langere termijn bezien een goed rendement
verwacht worden. Hoe onzeker het Umfeld er soms ook lijkt uit te zien.